Stop met politieagent spelen!

Na weer een dag vol waarschuwingen en afkoelperiodes (van zowel de kinderen als hun moeder), was ik het zat. Natuurlijk wil ik dat de kinderen zich netjes en goed opgevoed gedragen, maar om ze telkens weer te wijzen op wat er niet mag en wat ze (in mijn ogen) fout doen… Niet leuk. Punt.

Verslaafd als ik ben aan Pinterest (en stiekem ook aan allerlei andere zaken op het wereldwijdeweb), had ik het al vaker voorbij zien komen. Sterker nog, ik had er al eens gebruik van gemaakt. Beloningskaartjes! Een tijdje terug had ik namelijk de verstopte paaseieren gevuld met dergelijke kaartjes (heel verantwoord, in plaats van de -bij ons- gebruikelijke snoepjes). Ik was wat onzeker over hun reactie, maar dat was nergens voor nodig. Ze werden er direct erg blij van!

Inmiddels heb ik de kaartjes van toen wat aangepast. Ik heb ze voorzien van pictogrammen voor de jongste die nog niet kan lezen, vrolijke kleurtjes en de kaartjes met “gefopt” heb ik verwijderd (het moet een beloning zijn, geen grapje). Ze zijn in een pot gestopt en wanneer ze iets goeds hebben gedaan, dan mogen ze grabbelen. Voortaan probeer ik de nadruk te leggen op het positieve. Zo, die politiepet kan in de kast!

Mocht je er zelf mee aan de slag willen, hier kun je gratis de beloningskaartjes in PDF format downloaden. Wil je liever een blanco versie? Laat het weten in de reacties en ik maak er eentje voor je.

 

 

Nieuw maatje

Daar stond ie dan. Hij leek me uit te dagen. Zo van: kom maar op als je durft! En ik durfde niet. Niet na die laatste keer. Die keer dat ik hem een enorme rotschop had verkocht. Nu ik wat beter keek, zag ik dat hij niet geheel ongehavend uit die strijd was gekomen. Ook dat nog.

Hij bleef gewoon staan. Alsof er nooit iets was gebeurd. Terwijl ik wist dat die gemene trap eigenlijk voor mezelf was bedoeld. Een grote schop onder m’n kont, dat had ik verdiend en niet hij. Ik kon geen woord uitbrengen en keek slechts zwijgend naar hoe groot de schade daadwerkelijk was. Ik besloot me om te draaien en de aftocht te blazen.

Nu is hij vervangen. Hij is afgedankt en zijn jonge vervanger heeft zijn oude, vertrouwde plek ingenomen. Ik denk niet dat hij het me kwalijk heeft genomen. Het is namelijk maar beter zo. Vanaf nu geen strijd meer tegen de weegschaal, maar tegen de kilo’s. Op weg naar een nieuw maatje, wordt de spiksplinternieuwe kilo-meter (of kilo-teller) mijn vriend en niet mijn vijand. Als er al geschopt wordt, dan zal dat tegen steeds dunner wordende billen zijn! Game on.

Een soort van lief

Hoewel ik zo m’n best had gedaan om het niet te laten gebeuren, gebeurde het natuurlijk toch. Ik plofte neer op de rand van het bed van onze jongste telg en daar ontsnapte ie… een enorme zucht.

Het was een drukke dag geweest en ik was blij dat tenminste één van onze lawaaimakers naar bed mocht. Gelukkig, bijna rust in de tent. Bijna met de benen omhoog, languit in de bank voor de tv hangen. Wat kan een mens (lees: mama of papa) tevreden zijn met de simpelste dingen! Maar goed, zo ver was het nog niet. Nog geen bankgehang voor moeders, eerst nog even ervoor zorgen dat de kinders in bed kwamen te liggen en daarin zouden blijven gedurende de gehele nacht.

Hoewel ik hoopte, dat onze knul die diepe, diepe zucht niet in de gaten had, had hij dat natuurlijk toch. Hij keek me aan en zei: “Het valt niet mee om het enige meisje te zijn.” De daaropvolgende verbaasde blik in zijn ogen toen ik hem een dikke, lange, stevige knuffel gaf, kon ik toen niet helemaal plaatsen. Wat een lieverd was het, wat een enorme blijk van medeleven op zo’n jonge leeftijd al. Wauw, dacht ik. Ik had nog net geen tranen in mijn ogen, maar eerlijk is braaf, dat scheelde niet veel. Even ter mijn verdediging, ik was erg moe, dus dat niemand nu denkt dat ik heel sentimenteel ben of zo.

Mijn ontroering over zoveel inlevingsvermogen was echter niet van heel lange duur. Toen ook onze oudste zoon ingestopt en wel in zijn bed lag, ik mezelf languit in de bank had gedrapeerd, kwam het eerste reclameblok op televisie. “Wat leuk, die nieuwe film van de Smurfen, het is wel een idee om daar met z’n allen naar toe te gaan.”, zo was mijn eerste gedachte. Direct daarna gevolgd door: “Nee, het is niet waar! Daar heeft ie die zin vandaan!” Blijkbaar zat Smurfin in een dip vanwege alle blauwe haantjes met strakke witte broeken die steeds maar om haar heen smurfen. “Het valt niet mee om het enige meisje te zijn.”, zo vertelt de voice-over ons. Goed onthouden door onze eigen smurf en ik vind het (ondanks dat de teleurstelling behoorlijk groot is) op zich knap dat hij het op precies het juiste moment wist te brengen. Dat is ook best wel, eigenlijk, een soort van lief!

Ik zie er geen gat in

Hopeloos ouderwets. Een sticker met die woorden zou op mijn voorhoofd geplakt kunnen worden. Volgens onze oudste zoon. En eerlijk gezegd, heeft ie gelijk. Zo’n sticker zou de waarheid weergeven. Ik ben geworden wat ik nooit wilde zijn. Hopeloos ouderwets.

Zoonlief wil namelijk ook zo’n versleten broek met van die gaten. Een broek die zelfs als buitenspeelbroek zou worden afgedankt. Een broek die niet in de Zak van Max mee zou mogen (want kapot) en derhalve in de kliko zou belanden. Zo’n broek. Ik wil die niet voor hem kopen.

Het druist tegen allerlei principes in. Zo vind ik het onzin om te betalen voor iets dat stuk is. Vooral iets dat juist door de stukheid dubbel zo duur is dan een gaaf exemplaar. En vind ik het feit, dat “iedereen er één heeft” des te meer reden om er geen te kopen. Tot voor kort was oudste zoon het daar mee eens (zo verklaarde hij een tijdje terug heel stellig: “dat merk hoef ik niet hoor mam, want daar loopt iedereen mee.”).

Nu moet er dus wel een broek komen waar iedereen mee loopt. Nou ja, misschien moet ik maar gewoon overstag. Kan best dat ie heel lekker zit, zo’n broek waar iedereen mee loopt. Dat is ook wat waard.

Ho ho ho

Misschien is het ouderwets. Misschien is het sentimenteel. Misschien is het gewoon een fijne traditie. Ik kies voor het laatste. Zeg nou zelf, wat is er nu fijner dan post ontvangen van mensen die je het allerbeste wensen? Dat geeft een warm gevoel en dat kunnen veel mensen gebruiken in deze donkere, kille dagen.

Ik hou er van en geniet van de Kerstwensen die wij van anderen ontvangen. Hoe haaks daarop staat mijn jaarlijkse wedloop om de kaarten op tijd de deur uit te krijgen. Het is elk jaar weer de vraag of onze vrienden, familie en kennissen een welgemeende Kerstgroet ontvangen van ons gezin. Het is zeker geen onwil van mijn kant, het lukt vaak simpelweg niet.

Gedurende het hele jaar hou ik de adressenlijst up-to-date. Kant en klaar in Word op etikettenformaat, klaar om uitgeprint te worden. Zo rond de Sint zijn verjaardag zucht ik opgelucht dat ze nog lang niet de deur uit kunnen. De allereerste wil ik nou ook weer niet zijn, dus even wachten kan dan geen kwaad. Vervolgens komt de boom met lichtjes in huis en voel ik lichte drang om de speciale zegels te kopen.

Wanneer de allereerste Kerstkaart bij ons in de brievenbus is gestopt, wordt het menens. Nu behoor ik actie te ondernemen. Dat weet ik, maar dan moet ik eerst kijken hoeveel kaarten ik nog over heb van voorgaande jaren en daarna een eventueel tekort aanvullen. Of zal ik samen met de jongens kaarten maken? Dat is ook altijd zo leuk (en persoonlijk). Of nee, een foto! Nog persoonlijker.

Als het meezit, dan zijn alle kaarten geschreven voor de Kerst en (de volgende uitdaging) op de bus gedaan. Sommige jaren lukt dat niet, maar krijg ik ze wel de deur uit tussen Kerst en Oud en Nieuw. Daarna (mits niet te lang gewacht) is ook nog een optie, waarvan ik wel eens gebruik heb gemaakt.

Voor onze familie, vrienden en kennissen is het daarom altijd een verrassing of er een kaart binnenkomt van Familie V. En als ie komt, wanneer dat dan is. Ik hoop dat ze dat niet erg vinden. En ik hoop vooral dat ze weten dat wij ze sowieso een warm hart toedragen en het allerbeste wensen voor het nieuwe jaar. Met of zonder Kerstkaart. Wellicht een goed voornemen om ze dat duidelijk te maken volgend jaar! Of nee, goede voornemens daar doe ik niet aan… maar dat is weer een ander verhaal.

O ja, ik ben me zeker bewust van het feit dat de tijd die ik besteed heb om dit relaas te typen ook had kunnen besteden aan het schrijven van Kerstkaarten. De druk op de ketel neemt toe! Of het gaat lukken dit jaar? Dat blijft spannend.

Zoek de verschillen-de overeenkomsten #2

Platteland en stad zijn in de kern helemaal niet zo verschillend als gedacht wordt. Bewoners en inwoners kampen met dezelfde problemen/uitdagingen in het alledaagse leven. Alleen de aanleiding is soms verschillend!

Na een reeks bijzondere voorvallen bij ons op het platteland, vroeg ik me af of mensen in de stad ook in dergelijke situaties verzeild raakten. En na enig gepeins, was mijn conclusie: Ja, natuurlijk! Maar dan een tikkeltje anders…

In je dromen

volg je droomWat een fraaie woorden: “volg je droom”. Nou ben ik (meestal) niet zo’n volgzaam typetje, dus dat volgen van dromen, daar ben ik nooit aan begonnen. Het klinkt ook als een onmogelijke opgave, dat “volg je droom”. Alsof je bij voorbaat al weet dat die droom onbereikbaar is en dat hem op de hielen zitten het hoogst haalbare is. Als ik dan toch iets zou moeten doen met een droom, dan wil ik hem vooral waarmaken en niet alleen maar achter na zitten.

En laat dat nu precies zijn, wat ik ga doen! Ik ga mijn droom niet achterna, ik ga er alles aan doen om hem te bereiken. Sterker nog, ik ben er al een tijdje geleden mee begonnen. En nu is het tijd geworden om het wereldkundig te maken! Ik ga mijn brood verdienen met schrijven. Zo begin ik een eigen tekstbureau en ga ik mijn eigen boeken aan de man brengen.

Inmiddels ben ik derhalve druk met “verdienmodellen opzetten, een elevatorpitch bedenken, mindmappen, mijn portfolio opstellen, bedrijfspromo’s maken, SEO van de nieuwe website” en uiteraard vooral druk met schrijven! Heerlijk, de kop is er af. Dit is wat ik wil!

Ekspliko.com zal niet ophouden te bestaan, maar de opzet zal wel gaan veranderen. Het hoe, wat en wanneer, dat volgt.