Aardig egoïstisch!

aardig“Altijd vriendelijk zijn tegen de mensen!” zei mijn vader dikwijls. Wie “de mensen” precies zijn, dat ben ik nooit te weten gekomen, maar de strekking is helder. Het zit dan ook nog steeds ingebakken in heel mijn doen en laten.

En inmiddels roep ik het ook tegen onze kinderen: “altijd vriendelijk zijn!”. Het laatste stukje (dat van die mensen) laat ik weg, dat lijkt mij duidelijker. Het gaat erom dat vriendelijkheid niks kost, maar wel veel oplevert.

Toen ik jonger was, was ik voornamelijk vriendelijk en aardig uit onzekerheid. Ik wilde aardig gevonden worden. Dat stadium ben ik inmiddels voorbij (lang leve het ouder worden!). Aardig zijn en vriendelijk zijn, dat klinkt zoetsappig en wellicht ook een tikkeltje naïef. Nou, geloof me dat is het juist niet. Vriendelijkheid maakt blij. Je maakt iemand anders blij en (zeker niet onbelangrijk) je wordt er zelf blij van! Dat heeft niets met naïviteit te maken.

Kortom: het voelt goed om vriendelijk en aardig te zijn. Vergiffenis past ook goed in het rijtje. Probeer het eens! Vergeef een ander zijn fouten en je voelt je veel fijner. Ook dat heeft weinig met de ander te maken, maar juist vooral met je zelf. Hoe jij omgaat met en denkt over een ander, zegt immers alles over jou en niets over die ander! Wees aardig voor een ander en je bent juist aardig voor jezelf. Lekker egoïstisch dus.

O ja, de fraaie tekst in de afbeelding is van 365 dagen succesvol. Hun (Facebook) pagina is de moeite waard om te bezoeken!

Over gladheid en magie

gladdebeerOp de paarse dag (donderdag) is het glad. Die overtuiging heeft onze jongste sinds kort. Op de paarse dag ligt er ijs op de weg. Na een paar pirouettes en een te intieme kennismaking met een boom (die verhinderde dat we met auto en al van de dijk af, in de sloot kukelden) kan ik beamen dat het in elk geval op één paarse dag glad was.

Trillend over mijn hele lijf en met tranen in mijn ogen probeerde ik de krijsende jongens achterin te overtuigen dat alles in orde was. Wij waren in orde. Dat was het belangrijkste, maar de schrik zat er goed in. Onderweg naar huis waren de mannetjes stil (op een paar ingehouden snikken na). Heel stil.

Maar toen ze thuis hun papa zagen, vlogen ze hem in de armen en kwamen de verhalen los. En ik? Ik was vooral bang dat ze een enorm trauma opgelopen hadden. Onze jongste ging (eenmaal binnen) gelijk met zijn autootjes spelen (waarbij hij ze allemaal rondjes liet draaien en botsen). Dat luchtte me op. Voor hem was dat blijkbaar de manier om het een plekje te geven.

Over onze oudste maakte ik me meer zorgen. Zijn vader nam hem die middag onder zijn hoede. En wat bleek? Dat was precies wat hij nodig had. Logisch eigenlijk, papa’s bezitten een magie, waardoor ze als geen ander geruststellen, relativeren en op het juiste moment grapjes maken. Althans, mijn eigen papa kon dat! Ik had hem dan ook graag gebeld, die paarse, gladde dag. Hoe fijn is het, dat onze kinderen ook een papa hebben, die alles op magische wijze weer in orde maakt. Driewerf hoera voor de magie van papa’s!

Zo leuk!

OpvoedstijlenDat zou ik nou nooit doen. Echt niet. Natuurlijk, ik hoor het je denken en gelijk heb je. Ik zou dat ook nooit doen. Tot gisteren. Toen deed ik het toch. Er was geen sprake van acuut gevaar voor letsel van mens of dier, er werden geen (mensen en/of dieren) rechten overtreden en er was geen reden tot paniek in wat voor vorm dan ook. En toch deed ik het.

Ik sprak zomaar een wildvreemde moeder aan op het gedrag van haar kinderen. Yep, ik weet hoe triest dat klinkt. Ik ben normaliter de laatste die zal oordelen over andermans opvoedstijl. Ik vind opvoeden zelf moeilijk zat, dus van mij geen commentaar op de aanpak van andere opvoeders.

En toch deed ik het. Ter mijn verdediging, ik maakte een nette opmerking waarbij ik rustig uitlegde dat er een alternatief was voor het door haar kinderen vertoonde gedrag. Ik probeerde daarbij de boodschap zo te verpakken dat het als een gemoedelijk advies zou klinken. Nodeloos te vermelden dat dat totaal niet overkwam. Wildvreemde moeder voelde zich aangevallen. En dat snap ik.

Wat er volgde, was een eenzijdig gesprek. Wildvreemde moeder begon zich te verdedigen. Hetgeen voor mij totaal overbodig was, ik wilde haar immers niet aanvallen. Ik had geen weerwoord. In plaats daarvan bleef ik in gedachten hangen bij een kort zinnetje dat ze meerdere malen tijdens haar monoloog uitsprak: “… maar de kinderen vinden het zo leuk…”.

Ik kon er niets aan doen, maar mijn fantasie sloeg op hol en ik zag hoe zij op school praatte met de leerkracht van haar kind. Ik hoorde haar zeggen…”Oh, heeft hij anderen gepest? Ja, erg hoor, maar hij vindt het zo leuk!” Daarna kwam een nieuw beeld in me op. Wildvreemde moeder die gefouilleerd wordt bij de ingang van een gevangenis en de dienstdoende bewaarder meldt… “Weet je, een bank beroven mag natuurlijk niet, maar hij vindt het zo leuk!”

Uiteindelijk moest ik oppassen om niet te gaan lachen. Gelukkig deed ik dat toch niet. Arme Wildvreemde moeder voelde zich al aangevallen genoeg. Ik had spijt dat ik er iets van had gezegd. Het loonde de moeite niet. Het bracht mij wel wat op.

Ten eerste de wetenschap dat het inderdaad wijzer is om andere ouders niet aan te spreken op het gedrag van hun kinderen (mits geen dreigend onheil). En ten tweede het besef dat ik reuze blij ben dat onze kinderen soms onwijs boos op me worden. Ze mogen namelijk niet alles, ook niet wanneer ze het zo leuk vinden! Dat is mijn opvoedstijl en die past bij mij.

Nogmaals sorry Wildvreemde moeder (ik denk namelijk niet dat je mijn binnensmonds gemompelde sorry tijdens je verdedigingspraatje hebt gehoord).

Over op- en ontladen

opladen

Ai. Fout. Aldus besefte ik te laat. De grens was overschreden en drie maal raden wie er met de gebakken peren zat? Nu was ik niet de enige met die peren, maar toch. Het kwam door mijn inschattingsfout dat er überhaupt sprake was van peren die gebakken (eigenlijk meer aangebrand) waren. Gelukkig kun je van je fouten leren, maar het zal weer even duren voor de accu’s hier in huis weer volledig opgeladen zijn.

Onze zonen zijn gezegend met een sterke eigen wil en een stevige dosis koppigheid. Niks mis mee, dat gaat ze in hun leven vast nog erg goed van pas komen. Het wil echter dat deze eigenschappen vooral in werking treden bij vermoeidheid en/of overprikkeling. Onze oudste kan inmiddels zelf redelijk goed inschatten wanneer de grens bereikt is en kan daar al best goed mee om gaan. Super knap en voor hemzelf (en zijn omgeving) erg fijn! Hoewel ik nog steeds de neiging heb hem in bescherming te nemen, probeer ik het hem ook zelf zo veel mogelijk te laten ondervinden.

De jongste telg heeft een nog pittiger en koppiger karakter, maar is daarnaast ook ontzettend lief en gevoelig. Bij hem is de grens daardoor juist wat sneller bereikt en de afgelopen tijd lukte het prima om de grens niet te overschrijden. Het ging zo goed, dat ik de noodzaak van grensbewaking uit het oog verloor. En alle voortekenen negerend plande ik veel te veel (leuke) activiteiten in. Ik zal niet in detail treden, maar ik heb de afgelopen week mijn diploma “rustig blijven in netelige situaties” ruimschoots verdiend!

De komende tijd zullen er bij ons heel veel accu-oplaad activiteiten worden gedaan (want gelukkig kan de leeggelopen accu op diverse manieren weer opgeladen worden). Ook hier is het bij de jongste nog wat zoeken (de oudste heeft al behoorlijk wat oplaadmogelijkheden ontdekt), maar muziek luisteren en buiten spelen doen het bij beiden altijd goed. Zo, het zonnetje schijnt, dus wij zijn naar buiten. Lang leve zonne-energie!

Heimelijke genoegens #1

heimelijke genoegens van het ouderschap #1

Het is echt niet zo dat ik het leuk vind wanneer één van de kinderen ziek is. Maar dat zieke, zielige hoopje mens is wel ontzettend knuffelbaar en rustig. En laten dat nou net twee dingen zijn waar ik ontzettend van kan genieten!

Ook is het heerlijk om weer “nodig” te zijn. De, veel te snel zelfstandig wordende, prullekes kunnen als ze ziek zijn eventjes niet zonder papa of mama. Zo’n patiëntje heeft zorg nodig en heel veel liefdevolle kroelen!

En wat ook zo fijn is van een grieperig kindje: het moment waarop het weer beter is. Na de periode van rust en stilte, voelt de onophoudelijke woordenstroom ineens als een verademing. Zo heeft onze jongste na een paar dagen buikgriep dan ook weer babbels voor tien en als ik hem wil kroelen, loopt hij heel hard weg. Alles is weer bij het oude!

The day after

dankbaarLoom rek ik me uit en kijk naar het slagveld om me heen. De hele woonkamer ligt vol met diverse stille getuigen van het heerlijk avondje van gisteren. Op mijn nieuwe, zachtroze huissokken (met kleine glitters!) slalom ik voorzichtig naar de grote doos met papier die staat te wachten om naar buiten gebracht te worden. Wat een rust in huis en hoe anders was dat de afgelopen weken!

In de loop van de ochtend komt er langzaam maar zeker weer wat meer leven in de brouwerij. Er wordt getekend, gebouwd, tegen elkaar geracet en er worden spelletjes gespeeld. Nieuwe spulletjes krijgen een plekje of worden al meteen in gebruik genomen. En terwijl de oudste me komt roepen voor een potje Zeeslag, verheug ik me al op het uitgebreide bad met gezichtsmaskertje dat voor me in het verschiet ligt vanavond. Straks ook nog een grote kom warme chocomel met iets lekkers. Ik kan me een vervelendere day after indenken. Dank U Sinterklaasje!

Laat het gaan, laat het los

14861-NPZRVY

Terwijl de kinderen gespannen keken naar het Sinterklaasjournaal (waar is de ring gebleven?), was hun moeder gespannen om een heel andere reden. Nog net geen slapeloze nachten, maar dat scheelde niet veel. Oudste zoon moest de volgende dag alleen op de fiets naar school.

Loslaten noemen ze dat, geloof ik. Vreselijk, ellendig, “kan dat kind niet even wachten met opgroeien”, noem ik dat. De fiets was de dag van tevoren al bij opa en oma gezet, zodat zoonlief niet de hele polder door hoefde te rijden alvorens de bebouwde kom te bereiken. Oma vroeg nog of ze niet even mee moest rijden… en onhoorbaar schreeuwde ik: “Ja!!! Goed idee, doen we!”. Uiteraard vond zoonlief dat geen strak plan.

En daar ging ie. Zo groot en toch ook nog zo klein. En ik? Samen met jongste zoon in de auto naar school, als een havik speurend naar een jongetje met legerjas op een rood-met-gele fiets. Onderweg was echter nergens een spoor van een bekend jongetje, dito fiets of de hulpdiensten te bekennen. Eenmaal zelf op school aangekomen, zie ik een bekend koppie op het schoolplein.

Rennend komt ie op me af. “Waar bleven jullie nou? Ik ben er al een eeuw!”. Ik slik, forceer een glimlach en weet een welgemeend compliment uit te brengen. Zucht. Loslaten noemen ze dat.

Ontluikende liefde

Een haat-liefde verhouding, dat is de beste omschrijving. Het ene moment is de liefde in volle bloei, terwijl even later verwaarlozing de kop op steekt. Ondanks die verwaarlozing, is er volop dankbaarheid wanneer er wel liefdevolle aandacht geschonken wordt. De passie is er niet altijd, maar soms is een kleine verrassing genoeg om de liefde weer te doen ontluiken.

WP_20150822_013[1]Zoals deze zomer. Na een periode van zware verwaarlozing werd ik verrast door prachtige paarse bloemen. Geweldig! Hoewel de liefde van mijn kant van redelijk recente aard is, deed dit gebaar mijn hart sneller kloppen. Slechts anderhalf jaar terug ondernam ik de ultieme poging (echt iets voor gevorderden), maar tot op heden was er geen resultaat geboekt. Des te groter mijn verbazing toen die poging dan eindelijk toch zijn vruchten had afgeworpen…

Ik had namelijk geheel volgens deze instructies een aantal winterstekken genomen. En juist toen ik het niet meer verwachtte… was daar een prachtige, bloeiende vlinderstruik. Dat smaakt naar meer. De liefde is weer opgebloeid!

O ja, eerlijkheidshalve zal ik erbij vermelden dat het nemen van winterstekken heel makkelijk is (en niet, zoals ik eerder vermeldde, iets voor gevorderden). De kans op succes is namelijk behoorlijk groot (van de 5 stekken die ik nam, zijn er anderhalf jaar later 3 uitgeschoten).

Het mysterie van de verdwenen knop

de knopDe knop moest om. Zoveel was duidelijk. Prima constatering, maar helaas had ik geen flauw idee waar ik die knop kon vinden. Niet dat ik al heel fanatiek had gezocht, maar het leek me dat die veelbesproken knop niet heel moeilijk te vinden moest zijn. Als er zoveel mensen over praatten, dan was ie vast te vinden op een voor de hand liggende plaats.

Ik begon de zoektocht daarom in mijn hoofd. Daar vond ik van alles, maar van een knop was geen sprake. Misschien aan de buitenkant van mijn hoofd? Bij onze oudste zoon zat er destijds een knopje op zijn neus dat er bij aanraking voor zorgde dat zijn tong naar buiten kwam. Dus ik duwde op mijn neus. Niets. Nog maar een keer proberen… en wat denk je? Er gebeurde helemaal niets. Zelfs mijn tong bleef binnenboord.

Waar kon dat verdraaide ding nou toch zijn? Ik besloot het los te laten. Laat maar zitten dan die akelige knop. En terwijl ik mijn best deed om de hele mislukte zoektocht te vergeten, werd het me duidelijk. De knop zat de hele tijd verstopt in mijn hart. Mijn verstand schreeuwde al maanden dat het zo niet verder kon, maar zolang mijn gevoel daar niet mee strookte, kon de knop niet om.

Nu is er twee kilo af. De knop is gevonden, de kop is eraf!

Van geluk gesproken

Er zijn van die dagen… van die dagen dat het één na het ander totaal mis gaat (of een klein beetje mis, dat door de massale herhaling, aanvoelt alsof alles totaal verkeerd gaat). Vorige week nog had ik er zo één. Zo’n dag. Het begon met scherven.

sadTerwijl ik de gebroken stukjes veiligheidsglas van het deksel van een pan bij elkaar sprokkelde, hoorde ik m’n vent nog mompelen: “Ach, scherven brengen geluk.” Ik wilde antwoorden, dat ik dan wel heel veel geluk zou moeten hebben, maar ik hield me in en ruimde verder op.

Even later bleek het veiligheidsglas zijn naam geen eer aan te doen, want toen ik in een over het hoofd gezien stukje stapte, stond ik te jodelen van de pijn. Daarna volgde een reeks kleine ongelukjes (variërend van omgevallen glazen lekker plakkende ranja, onmogelijke vlekken op nieuwe kleren, woede-uitbarstingen waarbij met speelgoed gegooid moest worden en nou ja, nog meer van dergelijke zaken). Zowat allemaal dagelijkse kost en niet het einde van wereld, maar ergens in de namiddag was ik behoorlijk uitgeblust.

Bij het eten koken, was ik blij dat de dag al tegen het eind liep en was ik in de waan, dat er nu niet zo veel meer mis kon gaan. Ik had boontjes en er zijn weinig dingen die ik lekkerder vind dan sperzieboontjes vers uit de tuin! Dat werd smullen. Mijn humeur werd stilaan beter, maar helaas was ik er niet echt met mijn gedachten bij. Om een lang verhaal kort te maken: de boontjes brandden aan. En niet zomaar een beetje, nee, ze waren echt helemaal roetzwart.

Uiteraard, geheel in de trend van de dag, had ik niets in huis om de inmiddels behoorlijk hongerige meute tevreden te stellen. Bijna niets, er lag in de koelkast nog een zak kant-en-klare poffertjes. Volgens onze oudste zijn die mama’s specialiteit (hetgeen veel zegt over mijn kookkunst of over de ontwikkeling van zijn smaak). Dus wat blikken ananas en gemengd fruit opengetrokken, magnetron aan, schenkstroop en poedersuiker op tafel et voila: een eenvoudige, doch voedzame maaltijd.

happyIk had flink de P in, maar onze oudste zoon zat te stralen. En terwijl hij zijn bord vol schepte, zei ie: “Ik vind het helemaal niet erg, dat de boontjes aangebrand zijn! Nu heb ik lekker poffertjes. Dat is nog eens geluk hebben, hè mama!” En daar had ie helemaal gelijk in. Geluk zit in een klein hoekje (en soms verstopt onder een dikke laag “ongeluk”).