Heimelijke genoegens #2

genoegens 2Zodra er kinderen zijn, is het gedaan met je privacy. Rustig aan de telefoon, ontspannen in bad, alleen naar de wc, het is allemaal verleden tijd. Het lijkt wel of ze het ruiken. Zodra je een poging waagt, staan ze ineens voor je neus en hebben ze je enorm dringend nodig. En dan wel meteen, nu, nee, even wachten kan echt, echt niet.

En hoe zeer ik ook genoten heb van de peuterpraatjes en gekke streken van onze jongste… nu hij kleuter is geworden, gaat er een (herontdekte) wereld voor me open. Zo lukt het nu om ongestoord te bellen, zonder krijsende of anderszins kabaal makende kinderen op de achtergrond. Wat een zaligheid! Rustig op de wc zitten, zonder allerlei dringende problemen op te moeten lossen vanachter de gesloten deur. Wat een rust!

En dan de aller, aller fijnste… ontspannen in bad! Wat een ongekende luxe. In bad kunnen gaan, zonder jengelende kinderen die proberen de deur te forceren. Mooi en grappig dat de komst van kinderen je laat genieten van kleine momenten, die voorheen vanzelfsprekend waren.

Over gladheid en magie

gladdebeerOp de paarse dag (donderdag) is het glad. Die overtuiging heeft onze jongste sinds kort. Op de paarse dag ligt er ijs op de weg. Na een paar pirouettes en een te intieme kennismaking met een boom (die verhinderde dat we met auto en al van de dijk af, in de sloot kukelden) kan ik beamen dat het in elk geval op één paarse dag glad was.

Trillend over mijn hele lijf en met tranen in mijn ogen probeerde ik de krijsende jongens achterin te overtuigen dat alles in orde was. Wij waren in orde. Dat was het belangrijkste, maar de schrik zat er goed in. Onderweg naar huis waren de mannetjes stil (op een paar ingehouden snikken na). Heel stil.

Maar toen ze thuis hun papa zagen, vlogen ze hem in de armen en kwamen de verhalen los. En ik? Ik was vooral bang dat ze een enorm trauma opgelopen hadden. Onze jongste ging (eenmaal binnen) gelijk met zijn autootjes spelen (waarbij hij ze allemaal rondjes liet draaien en botsen). Dat luchtte me op. Voor hem was dat blijkbaar de manier om het een plekje te geven.

Over onze oudste maakte ik me meer zorgen. Zijn vader nam hem die middag onder zijn hoede. En wat bleek? Dat was precies wat hij nodig had. Logisch eigenlijk, papa’s bezitten een magie, waardoor ze als geen ander geruststellen, relativeren en op het juiste moment grapjes maken. Althans, mijn eigen papa kon dat! Ik had hem dan ook graag gebeld, die paarse, gladde dag. Hoe fijn is het, dat onze kinderen ook een papa hebben, die alles op magische wijze weer in orde maakt. Driewerf hoera voor de magie van papa’s!

Zo leuk!

OpvoedstijlenDat zou ik nou nooit doen. Echt niet. Natuurlijk, ik hoor het je denken en gelijk heb je. Ik zou dat ook nooit doen. Tot gisteren. Toen deed ik het toch. Er was geen sprake van acuut gevaar voor letsel van mens of dier, er werden geen (mensen en/of dieren) rechten overtreden en er was geen reden tot paniek in wat voor vorm dan ook. En toch deed ik het.

Ik sprak zomaar een wildvreemde moeder aan op het gedrag van haar kinderen. Yep, ik weet hoe triest dat klinkt. Ik ben normaliter de laatste die zal oordelen over andermans opvoedstijl. Ik vind opvoeden zelf moeilijk zat, dus van mij geen commentaar op de aanpak van andere opvoeders.

En toch deed ik het. Ter mijn verdediging, ik maakte een nette opmerking waarbij ik rustig uitlegde dat er een alternatief was voor het door haar kinderen vertoonde gedrag. Ik probeerde daarbij de boodschap zo te verpakken dat het als een gemoedelijk advies zou klinken. Nodeloos te vermelden dat dat totaal niet overkwam. Wildvreemde moeder voelde zich aangevallen. En dat snap ik.

Wat er volgde, was een eenzijdig gesprek. Wildvreemde moeder begon zich te verdedigen. Hetgeen voor mij totaal overbodig was, ik wilde haar immers niet aanvallen. Ik had geen weerwoord. In plaats daarvan bleef ik in gedachten hangen bij een kort zinnetje dat ze meerdere malen tijdens haar monoloog uitsprak: “… maar de kinderen vinden het zo leuk…”.

Ik kon er niets aan doen, maar mijn fantasie sloeg op hol en ik zag hoe zij op school praatte met de leerkracht van haar kind. Ik hoorde haar zeggen…”Oh, heeft hij anderen gepest? Ja, erg hoor, maar hij vindt het zo leuk!” Daarna kwam een nieuw beeld in me op. Wildvreemde moeder die gefouilleerd wordt bij de ingang van een gevangenis en de dienstdoende bewaarder meldt… “Weet je, een bank beroven mag natuurlijk niet, maar hij vindt het zo leuk!”

Uiteindelijk moest ik oppassen om niet te gaan lachen. Gelukkig deed ik dat toch niet. Arme Wildvreemde moeder voelde zich al aangevallen genoeg. Ik had spijt dat ik er iets van had gezegd. Het loonde de moeite niet. Het bracht mij wel wat op.

Ten eerste de wetenschap dat het inderdaad wijzer is om andere ouders niet aan te spreken op het gedrag van hun kinderen (mits geen dreigend onheil). En ten tweede het besef dat ik reuze blij ben dat onze kinderen soms onwijs boos op me worden. Ze mogen namelijk niet alles, ook niet wanneer ze het zo leuk vinden! Dat is mijn opvoedstijl en die past bij mij.

Nogmaals sorry Wildvreemde moeder (ik denk namelijk niet dat je mijn binnensmonds gemompelde sorry tijdens je verdedigingspraatje hebt gehoord).

Over op- en ontladen

opladen

Ai. Fout. Aldus besefte ik te laat. De grens was overschreden en drie maal raden wie er met de gebakken peren zat? Nu was ik niet de enige met die peren, maar toch. Het kwam door mijn inschattingsfout dat er überhaupt sprake was van peren die gebakken (eigenlijk meer aangebrand) waren. Gelukkig kun je van je fouten leren, maar het zal weer even duren voor de accu’s hier in huis weer volledig opgeladen zijn.

Onze zonen zijn gezegend met een sterke eigen wil en een stevige dosis koppigheid. Niks mis mee, dat gaat ze in hun leven vast nog erg goed van pas komen. Het wil echter dat deze eigenschappen vooral in werking treden bij vermoeidheid en/of overprikkeling. Onze oudste kan inmiddels zelf redelijk goed inschatten wanneer de grens bereikt is en kan daar al best goed mee om gaan. Super knap en voor hemzelf (en zijn omgeving) erg fijn! Hoewel ik nog steeds de neiging heb hem in bescherming te nemen, probeer ik het hem ook zelf zo veel mogelijk te laten ondervinden.

De jongste telg heeft een nog pittiger en koppiger karakter, maar is daarnaast ook ontzettend lief en gevoelig. Bij hem is de grens daardoor juist wat sneller bereikt en de afgelopen tijd lukte het prima om de grens niet te overschrijden. Het ging zo goed, dat ik de noodzaak van grensbewaking uit het oog verloor. En alle voortekenen negerend plande ik veel te veel (leuke) activiteiten in. Ik zal niet in detail treden, maar ik heb de afgelopen week mijn diploma “rustig blijven in netelige situaties” ruimschoots verdiend!

De komende tijd zullen er bij ons heel veel accu-oplaad activiteiten worden gedaan (want gelukkig kan de leeggelopen accu op diverse manieren weer opgeladen worden). Ook hier is het bij de jongste nog wat zoeken (de oudste heeft al behoorlijk wat oplaadmogelijkheden ontdekt), maar muziek luisteren en buiten spelen doen het bij beiden altijd goed. Zo, het zonnetje schijnt, dus wij zijn naar buiten. Lang leve zonne-energie!

Heimelijke genoegens #1

heimelijke genoegens van het ouderschap #1

Het is echt niet zo dat ik het leuk vind wanneer één van de kinderen ziek is. Maar dat zieke, zielige hoopje mens is wel ontzettend knuffelbaar en rustig. En laten dat nou net twee dingen zijn waar ik ontzettend van kan genieten!

Ook is het heerlijk om weer “nodig” te zijn. De, veel te snel zelfstandig wordende, prullekes kunnen als ze ziek zijn eventjes niet zonder papa of mama. Zo’n patiëntje heeft zorg nodig en heel veel liefdevolle kroelen!

En wat ook zo fijn is van een grieperig kindje: het moment waarop het weer beter is. Na de periode van rust en stilte, voelt de onophoudelijke woordenstroom ineens als een verademing. Zo heeft onze jongste na een paar dagen buikgriep dan ook weer babbels voor tien en als ik hem wil kroelen, loopt hij heel hard weg. Alles is weer bij het oude!

Laat het gaan, laat het los

14861-NPZRVY

Terwijl de kinderen gespannen keken naar het Sinterklaasjournaal (waar is de ring gebleven?), was hun moeder gespannen om een heel andere reden. Nog net geen slapeloze nachten, maar dat scheelde niet veel. Oudste zoon moest de volgende dag alleen op de fiets naar school.

Loslaten noemen ze dat, geloof ik. Vreselijk, ellendig, “kan dat kind niet even wachten met opgroeien”, noem ik dat. De fiets was de dag van tevoren al bij opa en oma gezet, zodat zoonlief niet de hele polder door hoefde te rijden alvorens de bebouwde kom te bereiken. Oma vroeg nog of ze niet even mee moest rijden… en onhoorbaar schreeuwde ik: “Ja!!! Goed idee, doen we!”. Uiteraard vond zoonlief dat geen strak plan.

En daar ging ie. Zo groot en toch ook nog zo klein. En ik? Samen met jongste zoon in de auto naar school, als een havik speurend naar een jongetje met legerjas op een rood-met-gele fiets. Onderweg was echter nergens een spoor van een bekend jongetje, dito fiets of de hulpdiensten te bekennen. Eenmaal zelf op school aangekomen, zie ik een bekend koppie op het schoolplein.

Rennend komt ie op me af. “Waar bleven jullie nou? Ik ben er al een eeuw!”. Ik slik, forceer een glimlach en weet een welgemeend compliment uit te brengen. Zucht. Loslaten noemen ze dat.

Van geluk gesproken

Er zijn van die dagen… van die dagen dat het één na het ander totaal mis gaat (of een klein beetje mis, dat door de massale herhaling, aanvoelt alsof alles totaal verkeerd gaat). Vorige week nog had ik er zo één. Zo’n dag. Het begon met scherven.

sadTerwijl ik de gebroken stukjes veiligheidsglas van het deksel van een pan bij elkaar sprokkelde, hoorde ik m’n vent nog mompelen: “Ach, scherven brengen geluk.” Ik wilde antwoorden, dat ik dan wel heel veel geluk zou moeten hebben, maar ik hield me in en ruimde verder op.

Even later bleek het veiligheidsglas zijn naam geen eer aan te doen, want toen ik in een over het hoofd gezien stukje stapte, stond ik te jodelen van de pijn. Daarna volgde een reeks kleine ongelukjes (variërend van omgevallen glazen lekker plakkende ranja, onmogelijke vlekken op nieuwe kleren, woede-uitbarstingen waarbij met speelgoed gegooid moest worden en nou ja, nog meer van dergelijke zaken). Zowat allemaal dagelijkse kost en niet het einde van wereld, maar ergens in de namiddag was ik behoorlijk uitgeblust.

Bij het eten koken, was ik blij dat de dag al tegen het eind liep en was ik in de waan, dat er nu niet zo veel meer mis kon gaan. Ik had boontjes en er zijn weinig dingen die ik lekkerder vind dan sperzieboontjes vers uit de tuin! Dat werd smullen. Mijn humeur werd stilaan beter, maar helaas was ik er niet echt met mijn gedachten bij. Om een lang verhaal kort te maken: de boontjes brandden aan. En niet zomaar een beetje, nee, ze waren echt helemaal roetzwart.

Uiteraard, geheel in de trend van de dag, had ik niets in huis om de inmiddels behoorlijk hongerige meute tevreden te stellen. Bijna niets, er lag in de koelkast nog een zak kant-en-klare poffertjes. Volgens onze oudste zijn die mama’s specialiteit (hetgeen veel zegt over mijn kookkunst of over de ontwikkeling van zijn smaak). Dus wat blikken ananas en gemengd fruit opengetrokken, magnetron aan, schenkstroop en poedersuiker op tafel et voila: een eenvoudige, doch voedzame maaltijd.

happyIk had flink de P in, maar onze oudste zoon zat te stralen. En terwijl hij zijn bord vol schepte, zei ie: “Ik vind het helemaal niet erg, dat de boontjes aangebrand zijn! Nu heb ik lekker poffertjes. Dat is nog eens geluk hebben, hè mama!” En daar had ie helemaal gelijk in. Geluk zit in een klein hoekje (en soms verstopt onder een dikke laag “ongeluk”).

Over tractoren en grote billen

Voor de twee jonge jongens in huis draait het leven vooral om dingen met wielen. Dingen met wielen die heel groot en sterk zijn of heel snel kunnen rijden of waarmee stunts uitgehaald kunnen worden, dat zijn de mooiste. Momenteel is de jongste gek van treinen en de oudste van tractoren.

Er bevinden zich zodoende heel veel wielen in en rondom ons huis. De liefde strekt niet alleen tot het speelgoed, nee, youtube filmpjes zijn ook favoriet. Dus ging ik in de weer met het samenstellen van verantwoorde playlists en het instellen van de algemene filter van youtube. Alles onder controle!

Maar ja, die playlists worden op den duur saai en als je zelf kunt typen, dan wil je liever zelf je filmpjes zoeken. Dat, althans, was de mening van onze oudste. En ik vond dat eigenlijk best wel goed van hem. Meer zelfstandigheid, hup, aanmoedigen die handel!

bigbudDe laatste tijd vond ie gewone trekkers (het woord tractoren wordt bij ons nooit gebruikt) een beetje te, nou ja, te gewoon. Van papa had hij gehoord over de allergrootste trekker: de Big Bud. Een prachtig, indrukwekkend groot, wit exemplaar waar hij vervolgens alle filmpjes van wilde bekijken. De eerste paar keer hadden wij de zoekterm ingetypt, maar van de week was ik ergens mee bezig terwijl zoonlief alleen achter de tablet zat…

Uit de woonkamer klonk ineens “Ieuw!” en “Jakkes!” en er volgden meer van dat soort kreten. Terwijl ik naar de kamer liep, verscheen er slechts één scenario in mijn gedachte. Het zal toch niet? Had ie een typefout gemaakt en had hij in plaats van D in Bud een T ingetypt? Als ik die combinatie al kan maken (big but(t) / trekkers…), dan kan het script van een zoekmachine dat zeker. Ik zag allerlei onsmakelijke beelden van grote (al dan niet blote) billen en voor ik er nog heftigere ideeën bij kon krijgen, had ik de tablet al uit zijn handen gegrist en keek ik naar…

…een zwart scherm. Pfff, gelukkig. Geen obsceniteiten in dit huis. Nog niet, want er gaat een tijd komen dat het geen typefout meer zal zijn, dat ze er heel bewust naar op zoek gaan (en dat er geen “jakkes” bij geroepen zal worden). Misschien toch maar eens gaan verdiepen in goeie filters. Alhoewel, nieuwsgierig blijven ze toch en verbieden maakt het juist extra interessant. Nou ja, we zien wel. Zo’n filter is wel prima voor het stimuleren van de inventiviteit… Ik ben er nog niet uit. Voorlopig is er de opluchting dat het dit keer ging om vals alarm!

Het beste advies ooit

Regelmatig hoorde je de vraag terugkomen in interviews. En hoewel het tegenwoordig wat meer uit de gratie is geraakt, kom je die bewuste vraag toch nog wel eens tegen. Ik heb het over deze: “Wat is het beste advies dat je ooit gekregen hebt?”

Advies is er natuurlijk in verschillende soorten en maten, soms duidelijk herkenbaar, soms een beetje vermomd. Fijn dat er mensen zijn die de moeite nemen om advies te geven, alhoewel niet alle advies even bruikbaar of uitvoerbaar blijkt. Daarmee kom ik eigenlijk meteen op het beste advies ooit.

intuitieToen onze eerste telg net geboren was, kwam onze huisarts spontaan en onverwacht even langs (zoals een dorpsarts dat weleens pleegt te doen) om te kijken. Met mijn kersverse moederschap kwamen nogal wat nieuwe onzekerheden om de hoek kijken en de beste man voelde dat haarscherp aan. “Vertrouw op je intuïtie en jezelf!” dat was wat hij me vertelde toen hij weer weg ging.

In de loop der tijd ben ik zijn woorden steeds meer gaan waarderen en heb ik er voor mezelf een stukje aan toegevoegd: “Vertrouw op je intuïtie en geloof in jezelf!” Dat het niet alleen geldt voor onzekere mama’s, daar ben ik van overtuigd. Het is op alle vlakken toepasbaar, maar in het oerwoud van adviezen betreffende opvoeding, is het een heel fijne houvast!

Manieren van opvoeden zijn net zo talrijk en verschillend als ouders en hun kinderen. Niet voor niets zijn er zo ontzettend veel boeken over geschreven, televisieprogramma’s over gemaakt en websites voor ontworpen. Voor mij is opvoeden een weg zien te vinden die goed voelt voor jezelf als ouder en waarbij je het vertrouwen hebt, dat je het beste voor je kind(eren) voor ogen hebt. Hoe je dat doet, bepaal je helemaal zelf (samen met de andere opvoeder, indien aanwezig, natuurlijk).

En jawel, natuurlijk is het fijn om handvatten te hebben en wat is nu fijner dan het besef dat je die handvatten kunt benutten naar eigen inzicht? Dus: Vertrouw op je intuïtie en geloof in jezelf!

Waar is de tijd gebleven?

“Mama, kom mee naar beneden!” Ons kleine mannetje staat klaarwakker naast het bed. “Mama, de nacht is voorbijhij…” Zuchtend en met halfgesloten ogen kijk ik op mijn telefoon en zie dat het 10 over 5 is. Het zal weer eens niet. Ik weet het nog te rekken tot half 6, maar dan wordt het volume van zijn stem dusdanig luid dat de andere mannen in het gezin ook dreigen wakker te worden.

rennenMet een enorme hoeveelheid gegaap en ogen die nog steeds niet helemaal open willen, zet ik koffie. Even rustig wakker worden. Eenmaal redelijk wakker ruim ik wat spullen op die gisteren zijn blijven liggen. Tja, dan maar meteen de vaatwasser uitruimen. Daarna de krant halen, oeps, die is er natuurlijk nu nog niet. Inmiddels is de tweede telg ook wakker en eist aandacht (lees: eten en drinken) op. Zo kabbelt de vroege ochtend voort met veel koffie, van alles te doen en de eerstvolgende keer dat ik op de klok kijk, is het alweer kwart voor acht. Shit! Dat wordt toch nog haasten om de oudste op tijd op school te krijgen.

Hoe kan dat nou ineens? Ik meen me een tijd te herinneren, dat ik een kwartier voor ik moest vertrekken opstond en me zelfs dan niet hoefde te haasten. Ach ja, dat was in de tijd dat ik gewoon aan kon trekken wat ik wilde zonder me zorgen te hoeven maken over zichtbare vetrolletjes of “turkey drum sticks”. En o ja, toen hoefde er nog geen dikke laag verzorgende, rimpelverminderende crème gesmeerd te worden. Dat was voor er kinderen rondliepen die allerlei dingen dringend geregeld wilden hebben (Mam, mag ik een elastiekje voor de dierenplaatjes? Mama, waar is mijn Thomas de trein? Mahama, mijn broek is vies. Mam! Hij doet me pijn…). En ook voordat ik er voor moest zorgen dat die kinderen, gekleed, gevoed en wel, netjes op tijd op school moesten verschijnen.

Vandaag is het me weer gelukt, de oudste is op tijd afgeleverd (ondanks perikelen met slippers op de fiets, huilbuien om een zonnebril en een verdwenen drinkbeker) en de jongste zit met een appeltje achter de tablet. Ik weet het, niet heel pedagogisch verantwoord, maar het is toch echt weer even tijd voor koffie. De tweede kan staat te pruttelen en zo meteen kan ik er weer vol tegenaan.