Nieuw maatje

Daar stond ie dan. Hij leek me uit te dagen. Zo van: kom maar op als je durft! En ik durfde niet. Niet na die laatste keer. Die keer dat ik hem een enorme rotschop had verkocht. Nu ik wat beter keek, zag ik dat hij niet geheel ongehavend uit die strijd was gekomen. Ook dat nog.

Hij bleef gewoon staan. Alsof er nooit iets was gebeurd. Terwijl ik wist dat die gemene trap eigenlijk voor mezelf was bedoeld. Een grote schop onder m’n kont, dat had ik verdiend en niet hij. Ik kon geen woord uitbrengen en keek slechts zwijgend naar hoe groot de schade daadwerkelijk was. Ik besloot me om te draaien en de aftocht te blazen.

Nu is hij vervangen. Hij is afgedankt en zijn jonge vervanger heeft zijn oude, vertrouwde plek ingenomen. Ik denk niet dat hij het me kwalijk heeft genomen. Het is namelijk maar beter zo. Vanaf nu geen strijd meer tegen de weegschaal, maar tegen de kilo’s. Op weg naar een nieuw maatje, wordt de spiksplinternieuwe kilo-meter (of kilo-teller) mijn vriend en niet mijn vijand. Als er al geschopt wordt, dan zal dat tegen steeds dunner wordende billen zijn! Game on.

Ho ho ho

Misschien is het ouderwets. Misschien is het sentimenteel. Misschien is het gewoon een fijne traditie. Ik kies voor het laatste. Zeg nou zelf, wat is er nu fijner dan post ontvangen van mensen die je het allerbeste wensen? Dat geeft een warm gevoel en dat kunnen veel mensen gebruiken in deze donkere, kille dagen.

Ik hou er van en geniet van de Kerstwensen die wij van anderen ontvangen. Hoe haaks daarop staat mijn jaarlijkse wedloop om de kaarten op tijd de deur uit te krijgen. Het is elk jaar weer de vraag of onze vrienden, familie en kennissen een welgemeende Kerstgroet ontvangen van ons gezin. Het is zeker geen onwil van mijn kant, het lukt vaak simpelweg niet.

Gedurende het hele jaar hou ik de adressenlijst up-to-date. Kant en klaar in Word op etikettenformaat, klaar om uitgeprint te worden. Zo rond de Sint zijn verjaardag zucht ik opgelucht dat ze nog lang niet de deur uit kunnen. De allereerste wil ik nou ook weer niet zijn, dus even wachten kan dan geen kwaad. Vervolgens komt de boom met lichtjes in huis en voel ik lichte drang om de speciale zegels te kopen.

Wanneer de allereerste Kerstkaart bij ons in de brievenbus is gestopt, wordt het menens. Nu behoor ik actie te ondernemen. Dat weet ik, maar dan moet ik eerst kijken hoeveel kaarten ik nog over heb van voorgaande jaren en daarna een eventueel tekort aanvullen. Of zal ik samen met de jongens kaarten maken? Dat is ook altijd zo leuk (en persoonlijk). Of nee, een foto! Nog persoonlijker.

Als het meezit, dan zijn alle kaarten geschreven voor de Kerst en (de volgende uitdaging) op de bus gedaan. Sommige jaren lukt dat niet, maar krijg ik ze wel de deur uit tussen Kerst en Oud en Nieuw. Daarna (mits niet te lang gewacht) is ook nog een optie, waarvan ik wel eens gebruik heb gemaakt.

Voor onze familie, vrienden en kennissen is het daarom altijd een verrassing of er een kaart binnenkomt van Familie V. En als ie komt, wanneer dat dan is. Ik hoop dat ze dat niet erg vinden. En ik hoop vooral dat ze weten dat wij ze sowieso een warm hart toedragen en het allerbeste wensen voor het nieuwe jaar. Met of zonder Kerstkaart. Wellicht een goed voornemen om ze dat duidelijk te maken volgend jaar! Of nee, goede voornemens daar doe ik niet aan… maar dat is weer een ander verhaal.

O ja, ik ben me zeker bewust van het feit dat de tijd die ik besteed heb om dit relaas te typen ook had kunnen besteden aan het schrijven van Kerstkaarten. De druk op de ketel neemt toe! Of het gaat lukken dit jaar? Dat blijft spannend.

In je dromen

volg je droomWat een fraaie woorden: “volg je droom”. Nou ben ik (meestal) niet zo’n volgzaam typetje, dus dat volgen van dromen, daar ben ik nooit aan begonnen. Het klinkt ook als een onmogelijke opgave, dat “volg je droom”. Alsof je bij voorbaat al weet dat die droom onbereikbaar is en dat hem op de hielen zitten het hoogst haalbare is. Als ik dan toch iets zou moeten doen met een droom, dan wil ik hem vooral waarmaken en niet alleen maar achter na zitten.

En laat dat nu precies zijn, wat ik ga doen! Ik ga mijn droom niet achterna, ik ga er alles aan doen om hem te bereiken. Sterker nog, ik ben er al een tijdje geleden mee begonnen. En nu is het tijd geworden om het wereldkundig te maken! Ik ga mijn brood verdienen met schrijven. Zo begin ik een eigen tekstbureau en ga ik mijn eigen boeken aan de man brengen.

Inmiddels ben ik derhalve druk met “verdienmodellen opzetten, een elevatorpitch bedenken, mindmappen, mijn portfolio opstellen, bedrijfspromo’s maken, SEO van de nieuwe website” en uiteraard vooral druk met schrijven! Heerlijk, de kop is er af. Dit is wat ik wil!

Ekspliko.com zal niet ophouden te bestaan, maar de opzet zal wel gaan veranderen. Het hoe, wat en wanneer, dat volgt.

Verwacht het onverwachte

4-stukjes-appelLeren is experimenteren en experimenteren is leren. Ouderschap is (voor mij persoonlijk althans) ook een proces van trial and error (excuseer mijn Frans). Werkt het niet op die manier, dan probeer ik het gewoon op een andere manier. Het meest genieten is het moment waarop een goed werkende methode gevonden is. Meestal dan. Soms is het experimenteren zelf en het bedenken van de mogelijke uitkomsten nog leuker.

Afgelopen week bijvoorbeeld. Oudste zoon krijgt altijd appel mee naar school. Altijd. Uiteraard is er geëxperimenteerd met andersoortig fruit. De uitkomst was zeer eenduidig: naar school moet een appel mee. Een appel in 4 stukken gesneden wel te verstaan.

Na de vakantie kwam er echter structureel 1 stuk van de gesneden appel terug mee naar huis. Aan welke variabele dat lag, dat is tot op heden onduidelijk. Wel werd mij duidelijk, dat er een nieuwe proef nodig was. Zo besloot ik onverschrokken om niet 4, maar 3 stukken appel in de tas te stoppen. Gedurende de dag bedacht ik allerlei scenario’s die zich konden voltrekken en moest om de 1 nog meer gniffelen dan om de andere.

Aan het eind van de dag was ik behoorlijk nieuwsgierig naar de uitkomst. Oudste zoon zei er niets van. Ook ik hield mijn mond. Zou het dan de optie zijn waarbij er alsnog 1 stuk appel over zou blijven? Gewoon, omdat er altijd 1 stuk over bleef? Het leek mij de mooiste optie. Ik verheugde me er stiekem al op om de volgende dag slechts 2 stukken naar school mee te geven. Vol verwachting opende ik de tas en maakte mij op om met de fruitdoos te gaan rammelen teneinde vast te stellen of er overgebleven appel in aanwezig was.

Verrassing, het bleek een optie waaraan ik helemaal niet gedacht had. De fruitdoos was totaal naar de gallemiezen. Niet alleen een grote scheur, maar er was zelfs een heel stuk af! Die had ik niet zien aan komen. Eigenlijk best erg natuurlijk, maar ik moest toch mijn uiterste best doen om mijn “boos-kijk-gezicht” op te zetten en de bijbehorende lichte stemverheffing te laten horen.

Of het nou een geslaagd experiment was? Geen idee. De stukken appel waren op en toen ik er zoonlief naar vroeg, zei hij dat hij nooit het aantal telde. Geslaagd of niet geslaagd, dit zijn (voor mij persoonlijk althans) wel de genietmomentjes van het ouderschap. Met kinderen weet je nooit wat je kunt verwachten!

Heimelijke genoegens #2

genoegens 2Zodra er kinderen zijn, is het gedaan met je privacy. Rustig aan de telefoon, ontspannen in bad, alleen naar de wc, het is allemaal verleden tijd. Het lijkt wel of ze het ruiken. Zodra je een poging waagt, staan ze ineens voor je neus en hebben ze je enorm dringend nodig. En dan wel meteen, nu, nee, even wachten kan echt, echt niet.

En hoe zeer ik ook genoten heb van de peuterpraatjes en gekke streken van onze jongste… nu hij kleuter is geworden, gaat er een (herontdekte) wereld voor me open. Zo lukt het nu om ongestoord te bellen, zonder krijsende of anderszins kabaal makende kinderen op de achtergrond. Wat een zaligheid! Rustig op de wc zitten, zonder allerlei dringende problemen op te moeten lossen vanachter de gesloten deur. Wat een rust!

En dan de aller, aller fijnste… ontspannen in bad! Wat een ongekende luxe. In bad kunnen gaan, zonder jengelende kinderen die proberen de deur te forceren. Mooi en grappig dat de komst van kinderen je laat genieten van kleine momenten, die voorheen vanzelfsprekend waren.

Aardig egoïstisch!

aardig“Altijd vriendelijk zijn tegen de mensen!” zei mijn vader dikwijls. Wie “de mensen” precies zijn, dat ben ik nooit te weten gekomen, maar de strekking is helder. Het zit dan ook nog steeds ingebakken in heel mijn doen en laten.

En inmiddels roep ik het ook tegen onze kinderen: “altijd vriendelijk zijn!”. Het laatste stukje (dat van die mensen) laat ik weg, dat lijkt mij duidelijker. Het gaat erom dat vriendelijkheid niks kost, maar wel veel oplevert.

Toen ik jonger was, was ik voornamelijk vriendelijk en aardig uit onzekerheid. Ik wilde aardig gevonden worden. Dat stadium ben ik inmiddels voorbij (lang leve het ouder worden!). Aardig zijn en vriendelijk zijn, dat klinkt zoetsappig en wellicht ook een tikkeltje naïef. Nou, geloof me dat is het juist niet. Vriendelijkheid maakt blij. Je maakt iemand anders blij en (zeker niet onbelangrijk) je wordt er zelf blij van! Dat heeft niets met naïviteit te maken.

Kortom: het voelt goed om vriendelijk en aardig te zijn. Vergiffenis past ook goed in het rijtje. Probeer het eens! Vergeef een ander zijn fouten en je voelt je veel fijner. Ook dat heeft weinig met de ander te maken, maar juist vooral met je zelf. Hoe jij omgaat met en denkt over een ander, zegt immers alles over jou en niets over die ander! Wees aardig voor een ander en je bent juist aardig voor jezelf. Lekker egoïstisch dus.

O ja, de fraaie tekst in de afbeelding is van 365 dagen succesvol. Hun (Facebook) pagina is de moeite waard om te bezoeken!

Over gladheid en magie

gladdebeerOp de paarse dag (donderdag) is het glad. Die overtuiging heeft onze jongste sinds kort. Op de paarse dag ligt er ijs op de weg. Na een paar pirouettes en een te intieme kennismaking met een boom (die verhinderde dat we met auto en al van de dijk af, in de sloot kukelden) kan ik beamen dat het in elk geval op één paarse dag glad was.

Trillend over mijn hele lijf en met tranen in mijn ogen probeerde ik de krijsende jongens achterin te overtuigen dat alles in orde was. Wij waren in orde. Dat was het belangrijkste, maar de schrik zat er goed in. Onderweg naar huis waren de mannetjes stil (op een paar ingehouden snikken na). Heel stil.

Maar toen ze thuis hun papa zagen, vlogen ze hem in de armen en kwamen de verhalen los. En ik? Ik was vooral bang dat ze een enorm trauma opgelopen hadden. Onze jongste ging (eenmaal binnen) gelijk met zijn autootjes spelen (waarbij hij ze allemaal rondjes liet draaien en botsen). Dat luchtte me op. Voor hem was dat blijkbaar de manier om het een plekje te geven.

Over onze oudste maakte ik me meer zorgen. Zijn vader nam hem die middag onder zijn hoede. En wat bleek? Dat was precies wat hij nodig had. Logisch eigenlijk, papa’s bezitten een magie, waardoor ze als geen ander geruststellen, relativeren en op het juiste moment grapjes maken. Althans, mijn eigen papa kon dat! Ik had hem dan ook graag gebeld, die paarse, gladde dag. Hoe fijn is het, dat onze kinderen ook een papa hebben, die alles op magische wijze weer in orde maakt. Driewerf hoera voor de magie van papa’s!

The day after

dankbaarLoom rek ik me uit en kijk naar het slagveld om me heen. De hele woonkamer ligt vol met diverse stille getuigen van het heerlijk avondje van gisteren. Op mijn nieuwe, zachtroze huissokken (met kleine glitters!) slalom ik voorzichtig naar de grote doos met papier die staat te wachten om naar buiten gebracht te worden. Wat een rust in huis en hoe anders was dat de afgelopen weken!

In de loop van de ochtend komt er langzaam maar zeker weer wat meer leven in de brouwerij. Er wordt getekend, gebouwd, tegen elkaar geracet en er worden spelletjes gespeeld. Nieuwe spulletjes krijgen een plekje of worden al meteen in gebruik genomen. En terwijl de oudste me komt roepen voor een potje Zeeslag, verheug ik me al op het uitgebreide bad met gezichtsmaskertje dat voor me in het verschiet ligt vanavond. Straks ook nog een grote kom warme chocomel met iets lekkers. Ik kan me een vervelendere day after indenken. Dank U Sinterklaasje!

Van geluk gesproken

Er zijn van die dagen… van die dagen dat het één na het ander totaal mis gaat (of een klein beetje mis, dat door de massale herhaling, aanvoelt alsof alles totaal verkeerd gaat). Vorige week nog had ik er zo één. Zo’n dag. Het begon met scherven.

sadTerwijl ik de gebroken stukjes veiligheidsglas van het deksel van een pan bij elkaar sprokkelde, hoorde ik m’n vent nog mompelen: “Ach, scherven brengen geluk.” Ik wilde antwoorden, dat ik dan wel heel veel geluk zou moeten hebben, maar ik hield me in en ruimde verder op.

Even later bleek het veiligheidsglas zijn naam geen eer aan te doen, want toen ik in een over het hoofd gezien stukje stapte, stond ik te jodelen van de pijn. Daarna volgde een reeks kleine ongelukjes (variërend van omgevallen glazen lekker plakkende ranja, onmogelijke vlekken op nieuwe kleren, woede-uitbarstingen waarbij met speelgoed gegooid moest worden en nou ja, nog meer van dergelijke zaken). Zowat allemaal dagelijkse kost en niet het einde van wereld, maar ergens in de namiddag was ik behoorlijk uitgeblust.

Bij het eten koken, was ik blij dat de dag al tegen het eind liep en was ik in de waan, dat er nu niet zo veel meer mis kon gaan. Ik had boontjes en er zijn weinig dingen die ik lekkerder vind dan sperzieboontjes vers uit de tuin! Dat werd smullen. Mijn humeur werd stilaan beter, maar helaas was ik er niet echt met mijn gedachten bij. Om een lang verhaal kort te maken: de boontjes brandden aan. En niet zomaar een beetje, nee, ze waren echt helemaal roetzwart.

Uiteraard, geheel in de trend van de dag, had ik niets in huis om de inmiddels behoorlijk hongerige meute tevreden te stellen. Bijna niets, er lag in de koelkast nog een zak kant-en-klare poffertjes. Volgens onze oudste zijn die mama’s specialiteit (hetgeen veel zegt over mijn kookkunst of over de ontwikkeling van zijn smaak). Dus wat blikken ananas en gemengd fruit opengetrokken, magnetron aan, schenkstroop en poedersuiker op tafel et voila: een eenvoudige, doch voedzame maaltijd.

happyIk had flink de P in, maar onze oudste zoon zat te stralen. En terwijl hij zijn bord vol schepte, zei ie: “Ik vind het helemaal niet erg, dat de boontjes aangebrand zijn! Nu heb ik lekker poffertjes. Dat is nog eens geluk hebben, hè mama!” En daar had ie helemaal gelijk in. Geluk zit in een klein hoekje (en soms verstopt onder een dikke laag “ongeluk”).