Ik zie er geen gat in

Hopeloos ouderwets. Een sticker met die woorden zou op mijn voorhoofd geplakt kunnen worden. Volgens onze oudste zoon. En eerlijk gezegd, heeft ie gelijk. Zo’n sticker zou de waarheid weergeven. Ik ben geworden wat ik nooit wilde zijn. Hopeloos ouderwets.

Zoonlief wil namelijk ook zo’n versleten broek met van die gaten. Een broek die zelfs als buitenspeelbroek zou worden afgedankt. Een broek die niet in de Zak van Max mee zou mogen (want kapot) en derhalve in de kliko zou belanden. Zo’n broek. Ik wil die niet voor hem kopen.

Het druist tegen allerlei principes in. Zo vind ik het onzin om te betalen voor iets dat stuk is. Vooral iets dat juist door de stukheid dubbel zo duur is dan een gaaf exemplaar. En vind ik het feit, dat “iedereen er één heeft” des te meer reden om er geen te kopen. Tot voor kort was oudste zoon het daar mee eens (zo verklaarde hij een tijdje terug heel stellig: “dat merk hoef ik niet hoor mam, want daar loopt iedereen mee.”).

Nu moet er dus wel een broek komen waar iedereen mee loopt. Nou ja, misschien moet ik maar gewoon overstag. Kan best dat ie heel lekker zit, zo’n broek waar iedereen mee loopt. Dat is ook wat waard.

Stom (heimelijke genoegens #3)

Heimelijke genoegens van het ouderschap Onze jongste telg zit momenteel in de “meisjes zijn stom” fase. Hij verwoordt het zelf anders, hij verkondigt namelijk (te pas en te onpas) dat hij allergisch is voor meisjes. Gelukkig zijn er een paar uitzonderingen, zoals zijn nichtje en zijn vriendinnetje (als in: speelkameraadje). Op school speelt hij wel met meisjes, maar daar vertelt hij liever niets over thuis. Want ja, dat zou natuurlijk stom zijn.

Het feit dat mama ook een meisje is (was…), dat ging aan onze knul totaal voorbij. Misschien maar beter ook, alhoewel het voor hem wel zou verklaren waarom mama soms van die stomme dingen doet (zoals oneindig lang kletsen met andere mama’s, veel te hard meezingen met de radio, een soort van verf op haar gezicht smeren om er zogenaamd beter uit te zien of heel vreemde bewegingen maken die ze vervolgens dansen noemt).

ninja-turtleToch bleek ons jongetje wel in de gaten te hebben, dat mama een uit de kluiten gewassen soort van meisje is. Hij gaf zijn moeder namelijk een bijzonder compliment afgelopen week. Tijdens het spelen, verklaarde hij: “Mama, jij bent een echte meisjes Ninja Turtle!”

Yes! Daar wordt elke moeder blij van, toch? Nou ja , misschien niet echt, maar ik vond het een ontroerend moment. Ik wilde hem knuffelen en een dikke kus geven, maar wist me in te houden. Natuurlijk zal hij nog vaak genoeg roepen, dat “mama stom is”, maar dan is dat in elk geval niet omdat mama een meisje is!

Verwacht het onverwachte

4-stukjes-appelLeren is experimenteren en experimenteren is leren. Ouderschap is (voor mij persoonlijk althans) ook een proces van trial and error (excuseer mijn Frans). Werkt het niet op die manier, dan probeer ik het gewoon op een andere manier. Het meest genieten is het moment waarop een goed werkende methode gevonden is. Meestal dan. Soms is het experimenteren zelf en het bedenken van de mogelijke uitkomsten nog leuker.

Afgelopen week bijvoorbeeld. Oudste zoon krijgt altijd appel mee naar school. Altijd. Uiteraard is er geëxperimenteerd met andersoortig fruit. De uitkomst was zeer eenduidig: naar school moet een appel mee. Een appel in 4 stukken gesneden wel te verstaan.

Na de vakantie kwam er echter structureel 1 stuk van de gesneden appel terug mee naar huis. Aan welke variabele dat lag, dat is tot op heden onduidelijk. Wel werd mij duidelijk, dat er een nieuwe proef nodig was. Zo besloot ik onverschrokken om niet 4, maar 3 stukken appel in de tas te stoppen. Gedurende de dag bedacht ik allerlei scenario’s die zich konden voltrekken en moest om de 1 nog meer gniffelen dan om de andere.

Aan het eind van de dag was ik behoorlijk nieuwsgierig naar de uitkomst. Oudste zoon zei er niets van. Ook ik hield mijn mond. Zou het dan de optie zijn waarbij er alsnog 1 stuk appel over zou blijven? Gewoon, omdat er altijd 1 stuk over bleef? Het leek mij de mooiste optie. Ik verheugde me er stiekem al op om de volgende dag slechts 2 stukken naar school mee te geven. Vol verwachting opende ik de tas en maakte mij op om met de fruitdoos te gaan rammelen teneinde vast te stellen of er overgebleven appel in aanwezig was.

Verrassing, het bleek een optie waaraan ik helemaal niet gedacht had. De fruitdoos was totaal naar de gallemiezen. Niet alleen een grote scheur, maar er was zelfs een heel stuk af! Die had ik niet zien aan komen. Eigenlijk best erg natuurlijk, maar ik moest toch mijn uiterste best doen om mijn “boos-kijk-gezicht” op te zetten en de bijbehorende lichte stemverheffing te laten horen.

Of het nou een geslaagd experiment was? Geen idee. De stukken appel waren op en toen ik er zoonlief naar vroeg, zei hij dat hij nooit het aantal telde. Geslaagd of niet geslaagd, dit zijn (voor mij persoonlijk althans) wel de genietmomentjes van het ouderschap. Met kinderen weet je nooit wat je kunt verwachten!

Wen er maar aan!

wendingHet was hooguit de derde keer dat ik het deed. Ik was het zat en ik wilde er iets aan doen, dus deed ik het. Die witgrijze haren die in steeds grotere getale op mijn hoofd verschenen, die moesten wijken! Wijken voor een fris kleurtje, dat niet al te opvallend was. Gewoon een kleurtje uit een pakje, niet al te permanent (want stel, dat het er vreselijk uit kwam te zien…). Het pak met de verf was inmiddels al een tijdje in huis en eindelijk raapte ik mijn moed bij elkaar.

Ik was home alone en dat leek mij een mooie gelegenheid. En jawel, het lukte! De grijswitte haren vielen in het niet door de nieuwe, lichtere (en blondere) kleur. Missie geslaagd. Althans, dat vond ik voordat ik de commentaren van de mannen in huis hoorde. De jongste vroeg: ”Mama, waarom is je haar oranje?”, de oudste… Ach, het kwam er op neer dat ze geen van allen enthousiast waren.

Dat kan ook best, dat mag ook best en het is ook best te begrijpen. De vrouw des huizes veranderde immers nooit van haarkleur en nu, zomaar, ineens, zonder waarschuwing vooraf, deed ze dat wel! En ze had kunnen weten, dat wijzigingen (in wat voor vorm dan ook) zonder vooraankondiging niet in goede aarde vallen bij haar gezin.

Nu de uitgroei goed zichtbaar begint te worden, zijn de heren er aan gewend en zeggen ze er (haast) niks meer over. Gelukkig ben ik niet voor 1 gat te vangen! Ik heb een sluw plannetje bedacht. Volgende week gaat het gebeuren… ik denk dat ik ga voor knalgeel (mooi op tijd voor de Tour de France). Daarna lijkt blauw me wel wat en over een poosje wordt het roze. Constante verandering zorgt immers ook voor gewenning, toch?

Of je worst lust

whats the worstZo, de tafel is gedekt. Voor we aanvallen eerst nog even een vest halen boven, het is toch frisser dan ik dacht. Wanneer ik naar beneden ga, zie ik het al. Onze jongste knul komt me tegemoet lopen met een twinkel in zijn ogen en een grote grijns op zijn gezicht. Niet zomaar een grijns, nee, het is zijn “als ik op deze manier lach, dan zal ik er wel mee weg komen” grijns.

Nog voor ik kan vragen wat er aan de hand is (want er is overduidelijk iets gebeurd dat niet door de beugel kan), zegt hij het zelf al. “Mama, ik heb worst op. Zonder boterham.” Terwijl hij het zegt, kijkt hij me stralend aan. Ik probeer een glimlach te onderdrukken en wil streng doen. Voor ik mezelf herpakt heb, produceert hij een schaterlach en hou ik het ook niet meer.

Hij heeft het weer voor elkaar gekregen. Gelukkig weet ik nog wel wat opvoedkundig verantwoorde tekst uit te brengen (iets in de trant van: fijn dat je zo eerlijk bent, maar niet meer doen hoor). Ik besef dat dat nou niet echt veel indruk zal maken en neem mezelf voor dat ik er een volgende keer echt niet meer in trap.

Onze boef geeft me vervolgens een dikke kroel (om het goed te maken??) en wil wederom worst maar deze keer met een boterham. Nu maar flink oefenen om die grijns te weerstaan, voordat hij een leeftijd bereikt waarop ie grotere, (nog) ernstigere dingen mispeutert en er mee probeert weg te komen!

Laat het gaan, laat het los

14861-NPZRVY

Terwijl de kinderen gespannen keken naar het Sinterklaasjournaal (waar is de ring gebleven?), was hun moeder gespannen om een heel andere reden. Nog net geen slapeloze nachten, maar dat scheelde niet veel. Oudste zoon moest de volgende dag alleen op de fiets naar school.

Loslaten noemen ze dat, geloof ik. Vreselijk, ellendig, “kan dat kind niet even wachten met opgroeien”, noem ik dat. De fiets was de dag van tevoren al bij opa en oma gezet, zodat zoonlief niet de hele polder door hoefde te rijden alvorens de bebouwde kom te bereiken. Oma vroeg nog of ze niet even mee moest rijden… en onhoorbaar schreeuwde ik: “Ja!!! Goed idee, doen we!”. Uiteraard vond zoonlief dat geen strak plan.

En daar ging ie. Zo groot en toch ook nog zo klein. En ik? Samen met jongste zoon in de auto naar school, als een havik speurend naar een jongetje met legerjas op een rood-met-gele fiets. Onderweg was echter nergens een spoor van een bekend jongetje, dito fiets of de hulpdiensten te bekennen. Eenmaal zelf op school aangekomen, zie ik een bekend koppie op het schoolplein.

Rennend komt ie op me af. “Waar bleven jullie nou? Ik ben er al een eeuw!”. Ik slik, forceer een glimlach en weet een welgemeend compliment uit te brengen. Zucht. Loslaten noemen ze dat.