Van geluk gesproken

Er zijn van die dagen… van die dagen dat het één na het ander totaal mis gaat (of een klein beetje mis, dat door de massale herhaling, aanvoelt alsof alles totaal verkeerd gaat). Vorige week nog had ik er zo één. Zo’n dag. Het begon met scherven.

sadTerwijl ik de gebroken stukjes veiligheidsglas van het deksel van een pan bij elkaar sprokkelde, hoorde ik m’n vent nog mompelen: “Ach, scherven brengen geluk.” Ik wilde antwoorden, dat ik dan wel heel veel geluk zou moeten hebben, maar ik hield me in en ruimde verder op.

Even later bleek het veiligheidsglas zijn naam geen eer aan te doen, want toen ik in een over het hoofd gezien stukje stapte, stond ik te jodelen van de pijn. Daarna volgde een reeks kleine ongelukjes (variërend van omgevallen glazen lekker plakkende ranja, onmogelijke vlekken op nieuwe kleren, woede-uitbarstingen waarbij met speelgoed gegooid moest worden en nou ja, nog meer van dergelijke zaken). Zowat allemaal dagelijkse kost en niet het einde van wereld, maar ergens in de namiddag was ik behoorlijk uitgeblust.

Bij het eten koken, was ik blij dat de dag al tegen het eind liep en was ik in de waan, dat er nu niet zo veel meer mis kon gaan. Ik had boontjes en er zijn weinig dingen die ik lekkerder vind dan sperzieboontjes vers uit de tuin! Dat werd smullen. Mijn humeur werd stilaan beter, maar helaas was ik er niet echt met mijn gedachten bij. Om een lang verhaal kort te maken: de boontjes brandden aan. En niet zomaar een beetje, nee, ze waren echt helemaal roetzwart.

Uiteraard, geheel in de trend van de dag, had ik niets in huis om de inmiddels behoorlijk hongerige meute tevreden te stellen. Bijna niets, er lag in de koelkast nog een zak kant-en-klare poffertjes. Volgens onze oudste zijn die mama’s specialiteit (hetgeen veel zegt over mijn kookkunst of over de ontwikkeling van zijn smaak). Dus wat blikken ananas en gemengd fruit opengetrokken, magnetron aan, schenkstroop en poedersuiker op tafel et voila: een eenvoudige, doch voedzame maaltijd.

happyIk had flink de P in, maar onze oudste zoon zat te stralen. En terwijl hij zijn bord vol schepte, zei ie: “Ik vind het helemaal niet erg, dat de boontjes aangebrand zijn! Nu heb ik lekker poffertjes. Dat is nog eens geluk hebben, hè mama!” En daar had ie helemaal gelijk in. Geluk zit in een klein hoekje (en soms verstopt onder een dikke laag “ongeluk”).

De grote opruiming

Een maand geleden begon ie: de grote opruiming. Het leek me een uitstekend idee om het hele huis op te ruimen en te poetsen, zodat er tijdens de zomervakantie relaxed kon worden en alleen het hoognodige gedaan hoefde te worden. Iets dergelijks had ik een paar jaar eerder van een collega-moeder gehoord en toen zij het vertelde, leek het me een perfect plan.

ClutterVoor haar waarschijnlijk wel, maar in ons huis is er helemaal niets van gekomen. Sterker nog, het is complete chaos. Overal staan nu dozen en zakken die ofwel bestemd zijn voor het goede doel ofwel met de vuilnisman mee naar huis mogen ofwel een nieuw plaatsje in ons eigen huis dienen te krijgen. Zucht. Het huis begon te lijken op een exacte kopie van het binnenste van mijn hoofd (veel te vol met allerlei overbodige ballast die overboord gekieperd dient te worden).

En ik wist het niet meer. Ergens tussen alle stofnesten en spinnenwebben in mijn hoofd moest de oplossing zitten. Ik had immers genoeg gelezen over de beste manier om chaos aan te pakken. Dat was het! Ik had het toch gelezen?… en ineens bedacht ik een manier waarop ik de stofnesten, spinnenwebben en overdaad aan spullen kon wegwerken. Eigenlijk zo simpel, dat ik het inderdaad al lang zelf wist. Het zat al heel lang ergens verstopt in een hoekje van mijn hersens.

Het antwoord? Spullen zijn geen herinneringen, herinneringen zitten in jezelf! In ons huis zitten zoveel speciale spullen die doen denken aan heel speciale mensen, dat het me moeilijk valt om er afscheid van te nemen. Dat begint al tijdens het opruimen, dan is er de twijfel over welke stapel gekozen dient te worden. Maar de herinneringen blijven, die zitten niet vast aan dingen, maar die zitten vast in je hoofd en je hart!

Dus? Doen! Niet denken! Uhm, waar wacht ik dan nog op? En jij? Hoe zit het met jou?

Het beste advies ooit

Regelmatig hoorde je de vraag terugkomen in interviews. En hoewel het tegenwoordig wat meer uit de gratie is geraakt, kom je die bewuste vraag toch nog wel eens tegen. Ik heb het over deze: “Wat is het beste advies dat je ooit gekregen hebt?”

Advies is er natuurlijk in verschillende soorten en maten, soms duidelijk herkenbaar, soms een beetje vermomd. Fijn dat er mensen zijn die de moeite nemen om advies te geven, alhoewel niet alle advies even bruikbaar of uitvoerbaar blijkt. Daarmee kom ik eigenlijk meteen op het beste advies ooit.

intuitieToen onze eerste telg net geboren was, kwam onze huisarts spontaan en onverwacht even langs (zoals een dorpsarts dat weleens pleegt te doen) om te kijken. Met mijn kersverse moederschap kwamen nogal wat nieuwe onzekerheden om de hoek kijken en de beste man voelde dat haarscherp aan. “Vertrouw op je intuïtie en jezelf!” dat was wat hij me vertelde toen hij weer weg ging.

In de loop der tijd ben ik zijn woorden steeds meer gaan waarderen en heb ik er voor mezelf een stukje aan toegevoegd: “Vertrouw op je intuïtie en geloof in jezelf!” Dat het niet alleen geldt voor onzekere mama’s, daar ben ik van overtuigd. Het is op alle vlakken toepasbaar, maar in het oerwoud van adviezen betreffende opvoeding, is het een heel fijne houvast!

Manieren van opvoeden zijn net zo talrijk en verschillend als ouders en hun kinderen. Niet voor niets zijn er zo ontzettend veel boeken over geschreven, televisieprogramma’s over gemaakt en websites voor ontworpen. Voor mij is opvoeden een weg zien te vinden die goed voelt voor jezelf als ouder en waarbij je het vertrouwen hebt, dat je het beste voor je kind(eren) voor ogen hebt. Hoe je dat doet, bepaal je helemaal zelf (samen met de andere opvoeder, indien aanwezig, natuurlijk).

En jawel, natuurlijk is het fijn om handvatten te hebben en wat is nu fijner dan het besef dat je die handvatten kunt benutten naar eigen inzicht? Dus: Vertrouw op je intuïtie en geloof in jezelf!

De schaamte voorbij, het zwembad in

[cryout-pullquote align=”left|center|right” textalign=”left|center|right” width=”33%”]Heerlijk, de zomer! Daar word je blij van![/cryout-pullquote] Genieten van de vrijheid van de vakantietijd, het warme zonnetje en verkoeling opzoeken bij (of in) het water. Dat was hoe ik er over dacht tot een paar weken terug. Het afgelopen jaar was pittig en ik ben een emotie-eter. Die combinatie zorgde ervoor dat ik behoorlijk ben uitgedijd. Niet erg gezond en al helemaal niet erg fraai.

Met de warmte van de afgelopen tijd kwam ook de behoefte aan verkoeling. Dus waterpistolen uit de kast gehaald, poedelbadje opgeblazen en gaan! Helaas worden de kids groter en met het groter worden, groeit ook hun behoefte aan meer dan alleen wat gespetter. Het buitenbad in het nabij gelegen dorp, dat moest bezocht worden. Het zweet was me al uit gebroken vanwege de warmte, maar nu brak daarbij ook nog het koude zweet uit. Nee! Ik wil niet, ik ga niet, ik doe het niet. Punt.

weegschaal copyMaar stiekem wilde ik wel, heel graag zelfs. En al was het niet voor mezelf, dan toch zeker voor de kinderen. Het eerste bezoek lukte nog met kleren aan, maar ik vond dat ik de tweede keer toch echt een stap verder moest. Thuis had ik mezelf in badpak van alle kanten bekeken en hoopte op een megacrashdieetwonder dat er voor zou zorgen dat ik binnen 5 tellen alle overtollige ponden kwijt raakte.

Eenmaal bij het zwembad was het heerlijk. Spelende, spetterende kinderen die het naar hun zin hadden. Op zich al genieten genoeg, maar ik wist dat de kleine uk het heerlijk zou vinden als mama ook mee zou zwemmen. Adem in, adem uit en uit met die jurk. Het hele eind (het leek wel de marathon) lopen naar het zwembad zonder die jurk verliep normaal. Niemand die flauwviel bij de aanblik van mijn Engels-witte kalkoenenbillen en niemand die me nariep dat ik snel mijn jurk weer aan moest trekken.

Tot zover viel het mee. Niemand leek het wat uit te maken hoe zwaar ik wel niet was of ze deden heel netjes goed hun best om dat te verbergen. Het was gewoon een fijne middag, heerlijk relaxed en voor herhaling vatbaar! Later besefte ik, dat iedereen wel iets heeft waar hij of zij onzeker over is. En dat wanneer iemand zich stoort aan mijn verschijning, dat dat hun probleem is, niet het mijne. Van binnen ben ik dezelfde gebleven als 20 kilo terug. Die kilo’s gaan er wel weer af, maar eerst richt ik mijn energie op het verwerken van een aantal verdrietige dingen. Tot die tijd, ben ik te zwaar. Jammer, maar ik schaam me er niet meer voor!

Mist u iets?

Het doen van de dagelijkse boodschappen is nou niet exact één van mijn grootste hobby’s. Dat de plaatselijke supermarkt inmiddels is overgenomen door een erg grote keten (van zo ongeveer de grootte van een olifant), maakt het leed enigszins draaglijk. Het is een fijne supermarkt, ruim opgezet, overzichtelijk en klantvriendelijk.

laat t wetenBij mijn laatste bezoek viel mijn oog ineens op één van die fijne zekerheden die fraai bij hun zo zorgvuldig opgebouwde imago passen. Daar stond het, pal boven de diepvrieserwtjes en spinazie à la bloep, geschreven in grote, dikke letters: “Mist u iets? Laat ’t weten.” Het verbaasde me dat het me nooit eerder was opgevallen, maar ik wachtte geen seconde en ging op zoek naar de supermarktmanagermeneer.

“Zeg supermartkmanagermeneer, ik wil u zeggen dat ik iets mis.” zo begon ik het gesprek met de vriendelijke ogende man. “Vertelt u het maar, mevrouw.” ging het gesprek veelbelovend verder. “Uhm, ik mis mijn vader, meneer de supermarktmanagermeneer.” “Ah zo”, antwoordde hij, “dat is niet zo mooi, mevrouw. Uw vader is al enige tijd geleden uit het assortiment genomen.”

Mijn teleurstelling verbergend, wist ik uit te brengen: “Maar waarom dan toch? Van de mijne is de uiterste houdbaarheidsdatum overschreden.” De meneer fronste zijn wenkbrauwen en meldde met ernstige stem: “Mevrouw, u zult het zonder uw vader moeten doen. Er is gewoonweg niet genoeg vraag naar. U bent de enige die er ooit naar heeft geïnformeerd. Ik begrijp dat u zo’n uniek exemplaar mist, maar eerlijk gezegd was uw vader gewoon onbetaalbaar.”

Ergens in de verte klonk het bliepgeluid van een scanapparaatje en ik schrok op uit mijn dagdroom. Met een grote grijns op mijn gezicht bliepte ik het pak erwtjes en liep naar de kassa.