Een soort van lief

Hoewel ik zo m’n best had gedaan om het niet te laten gebeuren, gebeurde het natuurlijk toch. Ik plofte neer op de rand van het bed van onze jongste telg en daar ontsnapte ie… een enorme zucht.

Het was een drukke dag geweest en ik was blij dat tenminste één van onze lawaaimakers naar bed mocht. Gelukkig, bijna rust in de tent. Bijna met de benen omhoog, languit in de bank voor de tv hangen. Wat kan een mens (lees: mama of papa) tevreden zijn met de simpelste dingen! Maar goed, zo ver was het nog niet. Nog geen bankgehang voor moeders, eerst nog even ervoor zorgen dat de kinders in bed kwamen te liggen en daarin zouden blijven gedurende de gehele nacht.

Hoewel ik hoopte, dat onze knul die diepe, diepe zucht niet in de gaten had, had hij dat natuurlijk toch. Hij keek me aan en zei: “Het valt niet mee om het enige meisje te zijn.” De daaropvolgende verbaasde blik in zijn ogen toen ik hem een dikke, lange, stevige knuffel gaf, kon ik toen niet helemaal plaatsen. Wat een lieverd was het, wat een enorme blijk van medeleven op zo’n jonge leeftijd al. Wauw, dacht ik. Ik had nog net geen tranen in mijn ogen, maar eerlijk is braaf, dat scheelde niet veel. Even ter mijn verdediging, ik was erg moe, dus dat niemand nu denkt dat ik heel sentimenteel ben of zo.

Mijn ontroering over zoveel inlevingsvermogen was echter niet van heel lange duur. Toen ook onze oudste zoon ingestopt en wel in zijn bed lag, ik mezelf languit in de bank had gedrapeerd, kwam het eerste reclameblok op televisie. “Wat leuk, die nieuwe film van de Smurfen, het is wel een idee om daar met z’n allen naar toe te gaan.”, zo was mijn eerste gedachte. Direct daarna gevolgd door: “Nee, het is niet waar! Daar heeft ie die zin vandaan!” Blijkbaar zat Smurfin in een dip vanwege alle blauwe haantjes met strakke witte broeken die steeds maar om haar heen smurfen. “Het valt niet mee om het enige meisje te zijn.”, zo vertelt de voice-over ons. Goed onthouden door onze eigen smurf en ik vind het (ondanks dat de teleurstelling behoorlijk groot is) op zich knap dat hij het op precies het juiste moment wist te brengen. Dat is ook best wel, eigenlijk, een soort van lief!

Ik zie er geen gat in

Hopeloos ouderwets. Een sticker met die woorden zou op mijn voorhoofd geplakt kunnen worden. Volgens onze oudste zoon. En eerlijk gezegd, heeft ie gelijk. Zo’n sticker zou de waarheid weergeven. Ik ben geworden wat ik nooit wilde zijn. Hopeloos ouderwets.

Zoonlief wil namelijk ook zo’n versleten broek met van die gaten. Een broek die zelfs als buitenspeelbroek zou worden afgedankt. Een broek die niet in de Zak van Max mee zou mogen (want kapot) en derhalve in de kliko zou belanden. Zo’n broek. Ik wil die niet voor hem kopen.

Het druist tegen allerlei principes in. Zo vind ik het onzin om te betalen voor iets dat stuk is. Vooral iets dat juist door de stukheid dubbel zo duur is dan een gaaf exemplaar. En vind ik het feit, dat “iedereen er één heeft” des te meer reden om er geen te kopen. Tot voor kort was oudste zoon het daar mee eens (zo verklaarde hij een tijdje terug heel stellig: “dat merk hoef ik niet hoor mam, want daar loopt iedereen mee.”).

Nu moet er dus wel een broek komen waar iedereen mee loopt. Nou ja, misschien moet ik maar gewoon overstag. Kan best dat ie heel lekker zit, zo’n broek waar iedereen mee loopt. Dat is ook wat waard.

Wen er maar aan!

wendingHet was hooguit de derde keer dat ik het deed. Ik was het zat en ik wilde er iets aan doen, dus deed ik het. Die witgrijze haren die in steeds grotere getale op mijn hoofd verschenen, die moesten wijken! Wijken voor een fris kleurtje, dat niet al te opvallend was. Gewoon een kleurtje uit een pakje, niet al te permanent (want stel, dat het er vreselijk uit kwam te zien…). Het pak met de verf was inmiddels al een tijdje in huis en eindelijk raapte ik mijn moed bij elkaar.

Ik was home alone en dat leek mij een mooie gelegenheid. En jawel, het lukte! De grijswitte haren vielen in het niet door de nieuwe, lichtere (en blondere) kleur. Missie geslaagd. Althans, dat vond ik voordat ik de commentaren van de mannen in huis hoorde. De jongste vroeg: ”Mama, waarom is je haar oranje?”, de oudste… Ach, het kwam er op neer dat ze geen van allen enthousiast waren.

Dat kan ook best, dat mag ook best en het is ook best te begrijpen. De vrouw des huizes veranderde immers nooit van haarkleur en nu, zomaar, ineens, zonder waarschuwing vooraf, deed ze dat wel! En ze had kunnen weten, dat wijzigingen (in wat voor vorm dan ook) zonder vooraankondiging niet in goede aarde vallen bij haar gezin.

Nu de uitgroei goed zichtbaar begint te worden, zijn de heren er aan gewend en zeggen ze er (haast) niks meer over. Gelukkig ben ik niet voor 1 gat te vangen! Ik heb een sluw plannetje bedacht. Volgende week gaat het gebeuren… ik denk dat ik ga voor knalgeel (mooi op tijd voor de Tour de France). Daarna lijkt blauw me wel wat en over een poosje wordt het roze. Constante verandering zorgt immers ook voor gewenning, toch?

Waar is de tijd gebleven?

“Mama, kom mee naar beneden!” Ons kleine mannetje staat klaarwakker naast het bed. “Mama, de nacht is voorbijhij…” Zuchtend en met halfgesloten ogen kijk ik op mijn telefoon en zie dat het 10 over 5 is. Het zal weer eens niet. Ik weet het nog te rekken tot half 6, maar dan wordt het volume van zijn stem dusdanig luid dat de andere mannen in het gezin ook dreigen wakker te worden.

rennenMet een enorme hoeveelheid gegaap en ogen die nog steeds niet helemaal open willen, zet ik koffie. Even rustig wakker worden. Eenmaal redelijk wakker ruim ik wat spullen op die gisteren zijn blijven liggen. Tja, dan maar meteen de vaatwasser uitruimen. Daarna de krant halen, oeps, die is er natuurlijk nu nog niet. Inmiddels is de tweede telg ook wakker en eist aandacht (lees: eten en drinken) op. Zo kabbelt de vroege ochtend voort met veel koffie, van alles te doen en de eerstvolgende keer dat ik op de klok kijk, is het alweer kwart voor acht. Shit! Dat wordt toch nog haasten om de oudste op tijd op school te krijgen.

Hoe kan dat nou ineens? Ik meen me een tijd te herinneren, dat ik een kwartier voor ik moest vertrekken opstond en me zelfs dan niet hoefde te haasten. Ach ja, dat was in de tijd dat ik gewoon aan kon trekken wat ik wilde zonder me zorgen te hoeven maken over zichtbare vetrolletjes of “turkey drum sticks”. En o ja, toen hoefde er nog geen dikke laag verzorgende, rimpelverminderende crème gesmeerd te worden. Dat was voor er kinderen rondliepen die allerlei dingen dringend geregeld wilden hebben (Mam, mag ik een elastiekje voor de dierenplaatjes? Mama, waar is mijn Thomas de trein? Mahama, mijn broek is vies. Mam! Hij doet me pijn…). En ook voordat ik er voor moest zorgen dat die kinderen, gekleed, gevoed en wel, netjes op tijd op school moesten verschijnen.

Vandaag is het me weer gelukt, de oudste is op tijd afgeleverd (ondanks perikelen met slippers op de fiets, huilbuien om een zonnebril en een verdwenen drinkbeker) en de jongste zit met een appeltje achter de tablet. Ik weet het, niet heel pedagogisch verantwoord, maar het is toch echt weer even tijd voor koffie. De tweede kan staat te pruttelen en zo meteen kan ik er weer vol tegenaan.